|




|
De Dutch Historic Jet Association bestaat uit een kleine groep vrijwilligers, die met veel enthousiasme historische straalvliegtuigen ook in de toekomst luchtwaardig houden. Vrijwilligers, veelal met een achtergrond bij de Koninklijke Luchtmacht of de Marine Luchtvaart Dienst (MLD), waar ze hun vliegcarrière begonnen. Velen zijn later als verkeersvlieger in dienst zijn getreden bij een van de grote Nederlandse luchtvaart ondernemingen. Tijdens hun opleiding in de jaren 60 en 70 kregen zij hun eerste straalvliegtuigervaring op de Fouga CM-170 Magister.
Dat was een opleidingsvliegtuig in gebruik bij de Belgische luchtmacht. Vanaf 1961 tot 1971 werden de leerling vliegers van de Nederlandse en Belgische Luchtmacht, samen met de toekomstige MLD vliegers gezamenlijk opgeleid op dit type. Uit die tijd stamt de voorliefde voor dit fraaie gelijnde, inmiddels, historische vliegtuig.
De DHJA is in 1997 opgericht op initiatief van Arjan Dros, destijds gezagvoerder bij Transavia en voormalig vlieger bij de MLD. Arjan, ook actief in organisaties van historische luchtvaart, zoals de Fokker Four, en de Catalina PH-PBY vond geïnteresseerden om een stichting in het leven te roepen, welke als doel heeft, het aankopen, restaureren en luchtwaardig houden van historische straalvliegtuigen, welke een belangrijke rol hebben gespeeld in de Nederlandse militaire luchtvaart.
Aanvankelijk bestond de groep uit 24 enthousiaste leden en zagen hun kans schoon, toen de Franse Luchtmacht in de jaren 90 hun Fouga Magister uitfaseerde en Fouga’s (Ontworpen in 1950) in grote aantallen door diverse Franse vliegtuigmakelaars werden aangeboden.
Na een aarzelend begin werd in Engeland in 1997 de ex-Franse Luchtmacht Fouga met constructienummer 045 (gebouwd in 1963) aangekocht. Het was inmiddels Engels geregistreerd als G-FUGA, en geheel gerestaureerd. Tijdens het transport van de onderdelen en de administratie naar de thuisbasis op vliegveld Beek zijn de administratieve vliegtuigbescheiden zoek geraakt. Een nieuwe restauratie, vooral het opnieuw samenstellen van een technische administratie, was noodzakelijk. Het heeft daarom tot 2006 geduurd voordat de, inmiddels in het Franse register als F-GSHG ingeschreven 045 een Bewijs van Luchtwaardigheid kreeg uitgereikt van de Franse Luchtvaart Autoriteit. De thuisbasis was inmiddels verplaatst naar Lelystad Airport.
Na de komst van de G-FUGA werden in korte tijd ook de Fouga’s met c/n’s 406, 331 en 374 aangekocht. De respectievelijke registraties waren: F-GLHF, F-WIGY en F-WIGZ.
Inmiddels is van dit viertal alleen de F-GLHF nog in het bezit van de DHJA. En de groep deelnemers is afgenomen tot elf nog steeds even enthousiaste Fouga liefhebbers.
Het onderhoud geschiedt met een eigen groep vliegtuigmonteurs, die in hun loopbaan bij de Belgische Luchtmacht een enorme en langdurige ervaring met het onderhoud van de Fouga hebben opgebouwd.
Na aanvankelijk vanuit de pionier hangaar op Lelystad te hebben gewerkt, heeft de 406 van de DHJA in 2005 onderdak gevonden in de T2 hangaar van het Aviodrome Luchtvaart Themapark. Ook is daar het magazijn ingericht en beschikt de DHJA over een eigen kantoorruimte, waar de “operational-” en “technical manager” de dagelijkse zaken kunnen afhandelen.
De in de Franse luchtvaartvoorschriften omschreven onderhoud schema’s voor de Fouga, worden door de DHJA nauwkeurig gevolgd en een halfjaarlijkse (goed)keuring van de voorgeschreven administratieve en technische werkzaamheden door een inspecteur van de Franse luchtvaart autoriteit, waarborgen mede een veilige vluchtoperatie met Nederlands enige vliegende Fouga CM-170 Magister. En dat is een van de doelstellingen van de DHJA. De andere is, dat het daarom mogelijk is om met enthousiaste donateurs en begunstigers, liefhebbers van de Fouga, het luchtruim te kiezen en hen de geluiden en vloeiende vliegbewegingen van de Fouga te laten meebeleven.
“Feel the fighter pilot in you, for a day”
|
 |
Na de middelbare school in 1962 naar de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam om in 1964 bij de Holland Amerika Lijn één jaar als stuurmansleerling en vervolgens als stuurman te gaan varen. In 1967 (samen met Arjan Dros) naar de Koninklijke Marine om in 1968 bij de Marine Luchtvaart Dienst gebrevetteerd te worden als waarnemer (navigator) en bij het Vliegtuigsquadron 4 te worden geplaatst op de Grumman Tracker. In dat jaar werd de Karel Doorman uit dienst gesteld en miste daardoor net het opereren vanaf een carrier. Daarna de vliegopleiding in op Gilze Rijen op de S-11 en vervolgens naar Brustem bij St. Truiden om de vervolgopleiding op de Fouga te krijgen. Prachtige tijd met aerobatics, instrumentvliegen, navigeren en formatievliegen. Na deze opleiding splitsten de marinevliegers en de luchtmachtvliegers zich. In Curaçao het laatste deel van de vliegopleiding op de Tracker gedaan, om na de brevettering weer naar squadron 4 te gaan, maar nu als vlieger. Vlak voor de uitdienststelling van squadron 4, de opleiding aangevraagd voor de helikopteropleiding op Deelen met de Alouette III. Hierna bij squadron 7 gevlogen op de Agusta Bell en met enkele mooie SAR-vluchten interessante reddingen kunnen uitvoeren. Hierna een mooie term gemaakt op de WASP aan boord van de marineschepen met geweldige reizen en meer dan duizend deklandingen schadevrij afgerond. Eind 1976 was het einde van de Marine carrière. Bij de Rijksluchtvaartdienst als Inspecteur gevlogen op diverse vliegtuigen en helikopters, om in 1982 Hoofd Vliegdienst bij de Schreiner Luchtvaart Groep te worden. Ruim 20 jaar instructeur en examinator geweest voor zowel vliegtuigen als helikopters.Vanaf midden jaren tachtig begonnen met het opzetten en managen van een simulatorcentrum op Maastricht Airport, om dat uit te breiden naar uiteindelijk 4 simulatorcentra en twee vliegscholen (o.a.de NLS). Ondertussen lid van het directieteam binnen Schreiner. In 2002 gestopt met werken om in 2006 met oud-collega’s opnieuw een simulatorbedrijf op te zetten op Schiphol, met als resultaat 2 centra (Schiphol en Dallas) en 15 simulatoren voor Boeing- en Airbus toestellen in operatie (anno 2009). Bij de Fouga activiteiten vanaf het begin betrokken geweest, en vlieg helaas veel te weinig op dit prachtige type vliegtuig, waarop het meer dan 40 jaren geleden mee begon als vlieger.
|
|



|
In 1949 beginnen de ingenieurs Robert Castello en Pierre Mauboussin aan het ontwerp van een vliegtuig dat door een straalmotor moet worden aangedreven. Een zweefvliegtuig, de CM.813 staat model voor het project. In dezelfde periode start M. Szydlowski, oprichter/directeur van Turbomeca, met de ontwikkeling van een straalmotor.
Op 14 Juli 1949 kiest de CM 8R13 No. 1 Cyclone voor het eerst het luchtruim. Bestuurd door Leon Bourrieau. Dit vliegtuig was uitgerust met een Turbomeca Piméné straalmotor met 110 kg stuwdruk, waarmee het een snelheid bereikte van 200 km /u. Na de Cyclone volgt de Sylph, afgeleid van de CM 8R9 Cyclope zwever. Ook dit toestel wordt aangedreven door een Turbomeca Piméné. Met de romp van twee Cyclopes wordt een uitvoering gebouwd op de zelfde manier als de Twin-Mustang . Dit is de Cyclope II. en krijgt een sterkere motor. De CM 88R Gémeaux I (En later de II en III) vliegt op 14 augustus 1951 met een Marboré II motor van 360 kg stuwdruk. Eind 1951 gevolgd door een versie met 400 kg. Uiteindelijk gaat op 23 Juli 1952, de eerste Magister (Latijn voor Meester leraar) de lucht in op de luchtmachtbasis van Mont-de-Marsan met Leon Bourrieau als testvlieger.
|
 |
Mijn eerste stappen naar zelf vliegen strandden meteen. In plaats van naar het zweefvliegkamp te gaan kreeg de twaalfjarige Toon zijn eerste bril. Ik ging, na mijn middelbare school, in Leiden farmacie studeren. Tijdens mijn studie raakte ik gefascineerd door computers. Zodanig, dat ik besloot om na mijn doctoraal examen mijn verdere loopbaan in ICT te zoeken. Zelf willen vliegen kwam niet meer bij mij op; ik had immers een bril en daarmee mocht je volgens mij niet vliegen. Tot ik in 1985 voor het eerst Arjan Dros ontmoette.
De gesprekken gingen al snel over vliegen - hoe kan het ook anders met Arjan. Op een onbewaakt moment melde Arjan dat de eisen voor brildragers voor vliegers versoepeld waren en dat ik een kans had om goed gekeurd te worden. Tot mijn eigen verbazing rolde ik door de initiële vliegerkeuring. Snel daarna behaalde ik mijn A2 en A1(PPL)-brevet, later gevolgd door Instrument Rating en Multi Engine Piston brevet. Ik gebruik mijn brevet voornamelijk om snel binnen Europa te kunnen reizen. Vroeger in gehuurde Cessna's (172 en 182), maar sinds drie jaar in een eigen Diamond DA-42 TwinStar. Inmiddels heb ik ruim 800 uur in mijn logboek staan en vind ik vliegen nog net zo fascinerend als bij mijn eerste solo.
Ik raakte in 1997 betrokken bij de Fouga Magister door de reeds genoemde Arjan Dros. Zoals andere mensen voor verweesde honden en katten zorgen, zo zorgt Arjan graag voor verweesde vliegtuigen. Dit keer had hij zijn oog laten vallen op een Fouga Magister. Natuurlijk moest ik mee doen - probeer maar eens nee tegen Arjan te zeggen als het om vliegen gaat. Voordat ik het goed in de gaten had was ik penningmeester , onbezoldigd boekhouder en belastingadviseur van de DHJA . Werk genoeg, want we hadden vier Fouga Magisters, veel kosten en jarenlang geen inkomsten. Wat ook niet hielp was dat de kisten in Beek stonden terwijl de meeste leden van de DHJA in de Randstad woonden. Inmiddels gaat het veel beter met de DHJA, maar dat staat onder het kopje ontstaan al op deze website beschreven.
Ik heb nog steeds erg veel plezier in de Fouga- waarbij mijn persoonlijke hoogtepunten de vlucht van mijn vrouw Marianne in 2008 en de vlucht met Arjan tijdens de Bankgiro Airtour naar Maastricht, waarbij mijn 82-jarige vader ons vanuit de Catalina vliegboot PH-PBY gadesloeg, zijn.
|
|




|
De Fouga CM-170 Magister is wereldwijd door meer dan 19 luchtmachten ingezet als een licht aanvalstoestel, maar het is vooral bekend als trainingsvliegtuig.
Na Frankrijk was Duitsland de grootste afnemer van de Fouga Magister. In totaal kocht de Duitse overheid 234 vliegtuigen van dit type.
De meeste landen hebben de Fouga inmiddels buiten dienst gesteld. In Israel is de Fouga nog steeds intensief in gebruik als straaltrainer voor nieuw op te leiden militaire vliegers. Algerije is verder een van de laatst bekende landen, waar de Fouga nog operationeel is. De luchtmacht van dat land had 28 exemplaren overgenomen van de Luftwaffe uit West Duitsland.
Onze luchtmacht- en marine vliegers werden destijds opgeleid in Belgie.
In 1958 plaatste België een order van 45 CM-170R vliegtuigen. In 1960 werden de eersten geleverd. Het merendeel van deze vliegtuigen werd initieel ingezet op Kamina, een basis in het voormalig Belgisch Kongo bij de GVS (Gevorderde Vlieg School) van de Belgische luchtmacht.
Na het uitbreken van de onafhankelijkheid oorlog in 1960 worden de vliegtuigen overgebracht naar de Belgische luchtmacht basis Brustem, bij Sint Truiden. De Belgische en Nederlandse luchtmacht beginnen hier gezamenlijk aan een opleiding voor jachtvliegers.
In een periode van 9 maanden, waarin 150 uur werd gevlogen kon deze VVO (Voortgezette Vlieg Opleiding) worden afgerond. Het theoretische deel van de opleiding vond plaats in het naast Brustem gelegen “Vervolmakingscentrum” Safraanberg.
Naast de verschillende prototypes en doorontwikkelde testvliegtuigen zijn er aan de Franse luchtmacht 400 Magisters geleverd. Deze zijn voornamelijk gebruikt bij twee vliegscholen. Een op de basis Salon de Provence en de andere op een Franse basis in Marokko (Meknes). Nadat de Fouga door de Armée de l’air werd uitgefaseerd, is een groot aantal van deze ex-militaire Fouga's beschikbaar gekomen voor liefhebbers en verzamelaars voor civiel gebruik |
 |
Onze specialist straalmotoren. Hij heefr ruim 20 jaar ervaring met werken aan de Marboree 2 motor, de stuwbron van onze Fouga. De carriere van Frank begon bij de Belgische Luchtmacht, waar hij in 1984 zijn carriere begon aan de Technische School : “ campus Saffraanberg.” Initieel leerde hij het vak met het werk aan de J 79:Motor, de enorme krachtbron die de F-104 Starfighter tot wel Mach 2 wist voort te stuwen.Later volgde een opleiding voor het werken aan de ATAR :Motor , de stuwbron van de Mirage 3. Weer een tijdspanne later werd hij overgeplaatst naar Beauvechain voor de omscholing naar de motor van de F-16 , de F-100 motor. Bijna direct daar op aansluitend werd hij specialist voor de Marboré 2 motor, welke ook onze Fouga Magister door het luchtruim voortstuwt. Niet onvermeld mag blijven dat hij van 1990 tot 1995 als motoren man al de verantwoording droeg voor speciale test vluchten die destijds moesten woorden voorbereid en begeleid. Een ander eervol wapenfeit is dat Frank crewchief is geweest van de kisten die door solodisplay Cdt Hedebouw en Cdt Kotwitz werden gebruikt voor hun spectaculaire solodisplays op binnen- en buitenlandse airshows en air displays waar het Belgische luchtwapen acte de presence gaf. Het mag duidelijk zijn dat dit een eervolle en bijzondere verantwoordelijkheid was. Bij de DHJA prijzen wij ons dan ook zeer gelukkig om onze kist en motoren aan een man van dit kaliber te mogen toevertrouwen.
|
 |
De DHJA bezit twee Fouga Magisters CM 170. Registratie F-GLHF / constructie nummer 406. Registratie MT-37 / constructie nummer 312.
Onder contructienummer 406 werd deze Magister in 1964 geleverd aan de Franse Luchtmacht. In 1997 is het aangekocht door de DHJA. Getooid met de in het oog springende huiskleur rood van de DHJA en met als registratie F-GLHF, is het vliegtuig ondergebracht bij het Aviodrome op Lelystad Airport.
De DHJA heeft in haar korte bestaan meerdere Fouga's in bezit gehad, een overzicht hieronder:
|
 |
CM-170 met registratie F-GSHG / construction number 45 Aangekocht in 1998. Dit vliegtuig staat nu als Belgische MT-51 in het Militaire Luchtvaart Museum (MLM) in Soesterberg. |
 |
CM-170 met registratie F-WIGY / construction number 331 Aangekocht in 1999. Het is verkocht aan een Franse Fouga enthousiast. |
 |
CM-170 met registratie F-WIGZ / construction number 374 Aangekocht in 1999. Het is verkocht aan een Deense enthousiast. |
 |
Onze specialist electronica , instrumenten en radio navigatie hulpmiddelen. Ofwel in Belgie de “technieker :elektrische systemen en instrumenten” Peter begon zijn carrière in het tijdperk dat nu bekend staat als “de koude oorlog” Ook de Belgische luchtmacht bezat een smaldeel “Nike guided missiles” gestationeerd in Duitsland als eerste antwoord bij het onderscheppen van vliegtuigen in geval van een mogelijke aanval of invasie door het Warschaupact. Vanaf 1979 tot 1982 was Peter werkzaam als techneut voor onderhoud en reparatie aan de “Nike’s” , gestationeerd te Kappelen in Duitsland BRD) bij het 55e smaldeel Nike missiles. In 1982 werd Peter overgeplaatst naar België en volgde hij een vervolgopleiding bij de Technische Luchtvaart School aan de “campus Saffraanberg”. Direct na de opleiding aan de campus Saffraanberg werd Peter overgeplaatst naar de Brustem 9e Wing. Hier bleef Peter langere tijd werkzaam en hield zich ondermeer bezig met inspecties en modificaties aan de elektrische systemen van de Fouga Magister. Vanaf 1986 was Peter ook zeer nauw betrokken bij diverse fabriek overhauls van de complete elektrische systemen van de Fouga Magister. In 1996 werd Peter overgeplaatst naar Beauvechain. Hier bleef Peter tot 2007 zeer nauw betrokken bij alle belangrijke inspecties en modificaties aan de elektrische systemen van de Fouga Magister. Ook bleef Peter tot de laatste dagen dat de Fouga Magister operationeel was bij de BAF betrokken bij het onderhoud , inspecties en modificaties van de Fouga Magister’s: Peter woont met veel plezier in de gemeente Heers /Belgie , gesitueerd tussen Sint-Truiden en Luik. Volgens Peter zelf een der mooiste streken in Belgie. De streek staat ook wel bekend als haspengouw oftwewel “:de fruitstreek” Hij woont er samen met zijn vrouw Rita en zoon Yoeri. Buiten het sleutelen aan Fouga Magister zijn er nog wat andere hobby’s zoals het joggen van marathons ,tuinieren en passief voetbal. Peter heeft meer dan 25 jaar ervaring met de technische “nukken”en capriolen van de Fouga Magister. Er is weinig of waarschijnlijk niets , dat hij niet heeft gezien of meegemaakt m.b.t. elektrische systeem malfuncties of problemen met instrumenten van de Fouga Magister. Wij zijn bij de DHJA dan ook meer dan gelukkig en tevreden dat zo een ervaren man met zo een grote affiniteit en betrokkenheid bij het prachtige ontwerp der Fouga Magister zich in wil zetten en zijn enorme vakkennis wil benutten voor het luchtwaardig houden van ons prachtige toestel !
|
|
Maten: lengte 10.06 m, spanwijdte 12.14 m, hoogte 2.80 m
Gewichten: leeg gewicht 2,287 kg; maximum start gewicht 3,470 kg
Motoren: twee Marboré II (maximum stuwdruk 400 kg per motor) of twee Marboré VI (maximum stuwdruk 480 kg per motor) straalmotoren; de DHJA vliegtuigen hebben Marboré II motoren
Maximum vliegbereik: 925 km
Maximum vlieghoogte: 12,000 m
Snelheid: maximum 650 km/h op zeeniveau; maximum 715 km/h op 9,000m hoogte
Zitplaatsen: twee
G-krachten: maximum +5 / -3
|
 |
Onze airframe specialist, of op zijn Belgisch :technieker met de specialiteit voor de vliegtuig celsystemen en structuur). De luchtvaartcarrière van Eric ving aan op de Technische Luchtvaart School; de “ campus Saffraanberg” in het jaar 1981. Na de initiele opleiding werd hij gestationeerd op Bierset waar hij werd bijgeschoold tot specialist wapensystemen voor de Mirage fighter. Tot 1984 bleef Eric gestationeerd op Bierset waarna hij werd overgeplaatst naar Beauvechain. Hier volgde de omscholing tot specialist naar celsystemen van de Fouga Magister. Vanaf Juni 1985 tot 1996 was Eric werkzaam bij de “ Brustem 9 Wing” Hij was hier ondermeer betrokken bij Fouga Magister:inspecties en modificaties aan de celsystemen. Vanaf 1986 werd Eric’s talent ontdekt en verder benut. Hij werd een van de specialisten die voor de BAF betrokken werd bij belangrijke Fouga Magister:fabrieksoverhauls. Dit duurde vanaf 1986 tot 1996. Uiteraard had Eric in deze periode vaak nauw contact met de bouwer van de Fouga Magister, de firma Potez. Eric bleef de Fouga Magister trouw op de basis Beauvechain tot 2007, het jaar waarin de Fouga Magister de laatste vlucht maakte in dienst van de Berlgische Luchtmacht
|
|